Dagboeknotities – Ceres’ Literaire Akker

Waar verhalen wortel schieten en betekenis rijpt tot oogst

Dagboeknotities september 2026

18 september, vrijdag

Na twee maanden het gevoel te hebben gehad alsof ik in een kartonnen doos was opgeborgen, maakte ik vandaag eindelijk weer een langere wandeling. Niet mijn dagelijkse rondje om de flat, waar ik hooguit een praatje met de buurvrouw had, maar echt naar buiten — onder de mensen.

De krukken tikten ritmisch naast me, alsof ze me aanmoedigden. Een moeder met kinderwagen en hond jogde me moeiteloos voorbij. Even later liep een tachtigjarige man langs me, alsof de tijd hem had vrijgesteld van veroudering. Ik, dertig jaar jonger, voelde me een automobilist die op de snelweg terugschakelt naar een slakkengang — niet uit zwakte, maar uit noodzaak om het overzicht te bewaren.

Mijn rugzak hing als een huis op mijn rug. En ik, langzaam voortschuivend, was de slak die het leven weer voorzichtig tegemoet kruipt.

Thuis leek de bank opgelucht dat ik terug was, al deed hij alsof het hem niets kon schelen.

19 september, zaterdag

Vandaag kwam ik tijdens mijn wandeling een wit Curver‑tuintafeltje tegen in een voortuintje, waarop diverse boeken lagen uitgestald. Op een kaartje stond ‘Drie boeken voor €2,50’. Drie boeken in mijn rugzak erbij, zou het verstandig zijn? Een rugzak die al vol zat met dagelijkse boodschappen, en waarvan ik al bang was dat het gewicht net iets boven het verstandige niveau voor knie en krukken lag.

Ik besloot een goede deal te maken voor de spaarpot die te goeder trouw op het tafeltje was neergezet: één boek zou ik uitkiezen voor dezelfde prijs. Alleen bleek, voor de zoveelste keer, de onweerstaanbare aantrekkingskracht van boeken sterker dan mijn gezonde verstand; uiteindelijk werden het er toch drie.

Eigenlijk te moe, en tegen beter weten in voor mijn knie, diepte ik mijn portemonnee uit mijn rugzak — die uiteraard helemaal onderin lag. Na geïrriteerd de helft van mijn boodschappen op straat te kijk hebben gelegd, waaronder ook delicate, persoonlijke boodschappen (maar dat kon me even niets schelen), ontdekte ik het nadeel van het moderne betaalverkeer: mijn portemonnee gaf nog geen cent vrij.

Ik twijfelde nog of ik zou aanbellen bij de deur die bij het tafeltje hoorde, met de vraag of ik de boeken binnen even apart kon laten leggen. Maar moe gestreden met krukken en rugzak zag ik mezelf niet nog een keer heen en weer strompelen. Met veel pijn in mijn hart kon ik niet anders dan de boeken laten voor wat ze waren.

De rugzak protesteerde niet, de boeken bleven liggen, maar ik liep weg met het gevoel dat de bladzijden me iets hadden willen vertellen.

21 september, maandag

Nog even, en ik ben mijn meniscusblessure dankbaar. Om mijn tijd nuttig te besteden ben ik weer begonnen met lezen en schrijven. Sindsdien komt er op dit gebied zoveel samen dat ik me afvraag of ik nog wel genoeg levensjaren voor de boeg heb om al mijn inspiratie werkelijk op papier te krijgen.

Door het lied Awake van Robin Borneman — waar ik ooit nog eens een analyse op wil loslaten — kwam ik terecht bij een auteur van wie ik nog nooit had gehoord: Omar Khayyám (1048–1131), een Perzische wiskundige, astronoom, filosoof en dichter. Een beroemde metafoor in zijn poëzie de Rubaiyat is die van de pottenbakker: de mens als aarden pot, gevormd uit het stof van de aarde, waarin ook de resten van eerdere levens schuilgaan. Uiteindelijk breekt de pot, en keert de mens terug naar datzelfde stof. Een herinnering aan hoe fragiel en tijdelijk ons bestaan is.

Het toeval wil dat ik momenteel de Glazen zoldering van Silvina Ocampo aan het ontleden ben. Op een cruciaal moment valt daarin een aardenwerken kan op de vloer, die haar hele inhoud leegt. In eerste instantie las ik dat als een metafoor voor een kind dat haar trauma loslaat — eigenlijk te luchtig voor Ocampo. Maar door Khayyáms pottenbakker-metafoor viel het verhaal ineens volledig op zijn plek. Zoals Ocampo ook schrijft over de herhalingen van trauma, in ieder geval in Vergeten Reis. Ik heb nog niet het geluk gehad haar andere boeken te lezen.

Zou Ocampo van het bestaan van de pottenbakker hebben geweten?

De boeken zwegen.

22 september, dinsdag

Van mijn poezen hou ik echt heel veel, maar ik kan er behoorlijk geïrriteerd van raken wanneer ze indringend en met volharding om hun lunch blijven vragen terwijl ik midden in een stukje aan het schrijven ben. En dan ben ik nog maar een uur te laat met hun lunch.

Toen ze eindelijk aten, leek het alsof ze me wilden zeggen dat inspiratie mooi is, maar lunch belangrijker. Eigenlijk hebben ze gelijk.

23 september, woensdag

Naar de markt met krukken was niet te doen. De ene hindernis na de andere diende zich aan.

Een groepje mensen stond uitgebreid midden op het pad druk met elkaar in gesprek — althans, één voerde hoog de boventoon. Blijkbaar tot vervelens toe, want de gezichten van de toehoorders verraadden eerder gepijnigd geduld dan oprechte interesse. Niemand kreeg er een woord tussen, zelfs niet toen de torenblazer besloot weg te gaan. Gelukkig: ruimte voor mijn doorgang.

Maar nog voordat hij goed en wel een stap had gezet, herinnerde hij zich dat hij toch nog iets belangrijks was vergeten te vertellen. De groep sloot zich weer tot een massale blokkade. De gepijnigde zag me aankomen, maar kreeg niet de kans om de torenblazer erop te wijzen even ruimte te maken. Wat had ik toen graag een bel op een van mijn krukken gehad, al denk ik niet dat het had geholpen. Ter vervanging zette ik mijn krukken met iets meer volume op straat neer, maar zelfs het alarmerende getik van krukken in aantocht gaf niet het gewenste resultaat. Omdat ik niet het idee had dat mijn stem het gesprek kon overstijgen met de vraag of ik er even langs mocht, was ik genoodzaakt om zijwaarts, met kruk en al, mijzelf door een dun openingetje te wringen.

Uit veiligheid nam ik het zebrapad. Een auto gaf nog even snel gas, omdat die geen geduld had voor een paar krukken die oversteken. Een fietser volgde het voorbeeld en riep: ‘Ik ga er ook nog even snel voorbij, dat kan wel hè!’ — en met een glimlach ter verontschuldiging fietste hij door.

Een droge glimlach verscheen op mijn gezicht. Theoretisch kon het, ik was nog maar goed en wel bij de tweede witte streep van het pad en zij reden aan de andere kant van de weg, maar van binnen steeg mijn ergernis. Waar is de hoffelijkheid die een mens het gevoel van gezien worden geeft? Een beetje medeleven in de situatie. Gewoon een minuutje van je tijd om een ander een veilig overkomen te geven. Nu kreeg ik het gevoel niet meer mee te tellen in de maatschappij. Alsof de wereld een paar versnellingen hoger draait en ik ergens halverwege ben blijven steken. De mensen om me heen leken moeiteloos hun dag door te bewegen, terwijl ik me voortbewoog met de traagheid van iemand die buiten de stoet is geraakt.

Een paar weken uit de roulatie, een paar stappen die niet meer vanzelf gaan. Het is vreemd hoe snel je van deelnemer tot toeschouwer kunt veranderen. Toch was ik daar, midden in de binnenstad. En ergens, tussen de haastige voetstappen, het geratel van fietsen en een gasgevende auto, voelde ik een kleine, koppige vonk: ik was er, misschien niet in volle vaart, maar aanwezig. Voor mij een overwinning.

24 september, donderdag

Ik kwam het Curver‑tuintafeltje weer tegen. De boeken lagen er alsof ze wisten dat ik vandaag beter voorbereid was. Snel op zoek naar dat ene boek dat mij de hele week is blijven roepen: een oud boekje met een geel geworden omslag en bladzijden. Zo op het eerste gezicht zag ik het niet liggen. Stapel voor stapel doorzocht ik.

Net op het moment dat ik me bedacht dat een boekje van Cees Buddingh’ niet veel kans van slagen heeft dat die is blijven liggen, vond ik het tussen de laatste stapel boeken. Ook Madame Bovary van Gustave Flaubert en De kraai van Kader Abdolah verdwenen in mijn rugzak.

Eindelijk is die mooie quote die ik de vorige keer las van mij:

‘Wie zijn schulden betaalt wordt niet armer, maar raakt zijn geld kwijt.’

(Uit: Wat je zegt ben je zelf, dagboeknotities van Cees Buddingh’)

25 september, vrijdag

Naar de binnenstad geweest. Ik voelde me net Don Quichotte: de ongelijke klinkers en kinderkopjes trotserend met mijn krukken. Tijdens het wandelen zakte mijn bril steeds naar het puntje van mijn neus, omdat ik als een soort veldzoeker elke steen behoedzaam inspecteerde — opgehoogde of weggezakte exemplaren kunnen overal op de loer liggen. Met vier benen lopen lijkt steviger, maar is volgens mij voor de mens niet weggelegd. Je hebt alleen maar meer kans om te struikelen.

Een overwinning wanneer ik straks weer heelhuids thuis op mijn grijze bank kan ploffen.

Bij de fysio ging het vandaag over een mogelijk scheurtje in mijn meniscus, of een oud scheurtje dat inmiddels een litteken is geworden. Nu snap ik haar opmerking van mijn vorige bezoek: dat er tegenwoordig niet zo snel meer geopereerd wordt aan een meniscus. Blijkbaar liep ze toen al met het vermoeden, maar vandaag sprak ze het hardop uit.

Als de strekking in mijn been niet verbetert, word ik doorgestuurd naar de orthopeed. Geen idee wat die beste man of vrouw dan voor mij kan betekenen — misschien een nieuw inzicht, misschien alleen een bevestiging van wat mijn knie allang vertelt.

Zo krijgt de val van twee jaar geleden tijdens de avondvierdaagse toch nog een vervelend staartje.

26 september, zaterdag

9.25 uur

De vervloekte therapie ook. Elke keer als ik ben geweest, heb ik weer pijn aan mijn knie.

11.19 uur

Oeps, ik ben gewoon de medicijnen vergeten in te nemen.

Enige vergelijking met mijn krukken en hun lange poten daargelaten, voelde ik mij gisteren als een kievit rondlopen, alsof ik met kruk en al de marathon had kunnen uitlopen. Vandaag gaat het wat minder. Daarom maar weer een limiet ingesteld in mijn dagelijkse bewegingsvrijheid en een kort rondje boodschappen gedaan.

De eerste oliebollenkraam gezien. De appelbeignets lagen er zo verleidelijk bij dat ik, ruimte of niet in mijn rugzak, besloot er wat te kopen — tot ik de prijs zag: € 2,40 per appelbeignet. Ik vraag mij echt af waarop de beste bakker deze absurde prijs gebaseerd heeft, zeker als je bedenkt dat een zak appels van 10–15 stuks 1,99 kost bij de supermarkt. En dat weet ik na een korte controle bij de supermarkt. Voordeel is dat de bakker op deze manier mijn creativiteit aanspreekt: ik heb nog drie maanden om uit te proberen hoe ik de perfecte appelbeignet maak voor oud en nieuw. Voor nu heb ik het maar bij een oliebol gehouden.

Tijdens de wandeling zag ik een groepje jonge meisjes die een vijgenboom met vruchten in iemands tuin ontdekten. Een van hen riep enthousiast: ‘Deze ken ik, die kan je eten en zijn heel lekker!’ Vervolgens begonnen ze met zijn allen de vruchten er hardhandig af te trekken. De boom schudde uit volle kracht nee, na elke ruk. Net op het moment dat ik overwoog er iets van te zeggen, hoorde ik een ander meisje zeggen: ‘Ieuw, deze lekt melk’, waarop een ander antwoordde: ‘Misschien is die zwanger!’

Zelfs op een dag met een zeurende knie, vergeten medicijnen en dure appelflappen, bood een korte wandeling toch meer dan verwacht — met zijn eigen kleine bijzonderheden.

27 september, zondag

Ik snap de geraniums nu wel. Wanneer je oud bent en niet meer zo makkelijk naar buiten gaat, haal je op die manier toch een beetje de natuur binnen. Bovendien geven ze nog een beetje kleur aan het bestaan.

Doordat er door de meniscus per toeval artrose is vastgesteld, denk ik toch over de toekomst na. Zeker nu ik door diezelfde meniscus ook aan huis gebonden ben, merk ik wat ik erg mis.

Binnenkort maar eens even met mijn kinderen praten. Mocht ik straks oud en in een rolstoel zitten, om wat voor reden dan ook, dan zouden ze mij wel heel blij maken als ik zo af en toe naar een rolstoelvriendelijk bos word gebracht. Het klinkt misschien wat dramatisch, maar nu ik twee maanden aan huis gekluisterd ben geweest — en ook nu ik wat mobieler ben nog steeds niet de geur van het bos kan opsnuiven — merk ik hoe diep ik de natuur mis.

Vooral nu de kruidige geur van het bos sterker wordt, de kleuren van de bladeren zich op hun mooist gaan laten zien, de paddenstoelen zich als kleine bewoners overal omhoogschieten, en er dat soort stilte heerst dat niet stil is maar leeft. Zo jammer dat ik de heide in bloei heb moeten missen; dat paarse tapijt dat zich maar zo kort laat zien.

Mocht ik straks weer kunnen, dan stel ik mijzelf voor dat ik zomaar een boom zou kunnen omhelzen — als een goede vriend die ik te lang niet heb gezien.

28 september, maandag

Iemand zei tegen mij: ‘Je meniscusblessure heeft je stilgezet, maar ook opengezet.
Je leest nu met een intensiteit die je anders misschien niet had gehad.
Dat is geen dankbaarheid aan de blessure — het is een erkenning dat betekenis soms ontstaat uit stilstand.’

Een waarheid die ik maar wat graag koester. Zonder deze stilstand had ik nooit zo diep in het verhaal van Glazen Zoldering kunnen duiken. Die ik nu tot in het detail rond heb.

Wat kan Ocampo schrijven! Die vrouw moet zeer intellectueel geweest zijn. Ze kende psychologie zonder psycholoog te zijn, filosofie zonder filosoof te zijn, symboliek zonder symbolist te zijn, en architectuur zonder architect te zijn.

Haar geest was zo scherp, zo eigenzinnig. Ze schreef met zo’n sterke en compacte architectonische structuur waarbij symboliek als bouwstenen worden geplaatst, dat ik mij afvraag of een andere schrijver dit kan evenaren. Haar gecreëerde universum is een vorm die tegelijk speels, wreed, kinderlijk, filosofisch en volkomen onvoorspelbaar is. Zodra je haar blauwdruk hebt ontcijfert ontstaat een uitzonderlijk goed in elkaar gezet verhaal die zijn echo blijven voortzetten.

29 september, dinsdag

Vanmorgen moest ik een knoopje aannaaien aan een broek. Zonder dat ik het door had zat ik – die paar minuten dat het duurde – normaal op de bank. Er is vooruitgang.

Bij de supermarkt langs geweest. IJsjes gekocht, eenmaal thuis bleek dit toch niet zo’n goed idee met het zonnetje en mijn tempo van wandelen.

Over de schrijver van deze akker

Ik ben Cindy de Rijk — een zoeker in het veld van verhalen. Op Ceres’ Literaire Akker volg ik de sporen die teksten achterlaten: wortels, echo’s, verborgen betekenissen die rijpen in stilte en zich alleen laten oogsten door aandacht.

Oktober 2026

Home