Dagboeknotities – Ceres’ Literaire Akker

Waar verhalen wortel schieten en betekenis rijpt tot oogst

Dagboeknotities oktober 2026

6 oktober, dinsdag

Als de plicht van de dagelijkse boodschappen me een keertje overslaat, probeer ik een rondje naar het kasteelpark te lopen. Voor nu is dat mijn surrogaatbos. Het is een wandeling naar het moment waarop ik de rand van het park bereik, de bomen bijna kan aanraken en ik net niet onderdeel van hun geruis word. Maar daar houdt het op, omdat het simpelweg nog net iets te ver is om écht naar binnen te gaan.

Vandaag kwam ik een foto tegen die ik vorig jaar heb gemaakt. Het vangt voor mij precies dat gevoel van net niet. Het bos net niet kunnen ruiken, het net niet diep kunnen inademen, er net niet helemaal onderdeel van kunnen worden. Ik kan het nu alleen nog maar vanaf de rand bekijken. Een letterlijke rand van een weg die ik moet oversteken om het bos in te komen. Een rand van asfalt. Maar die rand is, net als de foto, gelukkig niet alleen een harde grens. Het is ook een fijne herinnering én een belofte voor wat straks weer komt.

7 oktober, woensdag

Het verhaal van De Glazen Zoldering blijft mij maar bezighouden. Hoe langer ik ermee bezig ben, hoe meer het universum van Ocampo zich aan mij begint te tonen.

Het is alsof ik telkens een nieuw deurtje open in een huis waarvan ik dacht de plattegrond inmiddels wel te kennen. Ik ontdek steeds weer een andere laag, een subtiele verschuiving, een detail dat ik de eerste keer helemaal ben misgelopen. Het intrigeert me hoe zo’n verhaal blijft ademen en groeien, puur door er langer naar te kijken. Het is duidelijk geen verhaal om even vluchtig te lezen. Door er echt de tijd voor te nemen, ontstaat er uit die paar woorden een heel universum dat volledig voor zichzelf spreekt.

Zo ontdekte ik vanmorgen pas de betekenis achter de goudgele kelken op de lift. Je leest er als lezer zo snel overheen — ik hield ze in mijn hoofd zelf ook eerst voor puur ‘gouden’ kelken. Maar dat staat er dus niet. Juist dat woordje ‘goudgeel’ is een subtiele aanwijzing dat die kelk niet zuiver is. Het weerspiegelt de beschadigde ziel van een personage met een diep trauma. Het laat maar weer eens zien hoe grondig Ocampo tot in de kleinste details schrijft. Het is gewoon magisch.

8 oktober, donderdag

Gisteren bewees maar weer eens wat voor een begenadigd schrijfster Ocampo is. Het is aan de ene kant geweldig om dit soort gelaagde verhalen te lezen, maar het heeft ook een schaduwzijde. Ik merk dat het ergens best demotiverend werkt voor mijn eigen droom om ooit een boek te schrijven.

Waarom zou ik überhaupt nog een verhaal op papier zetten als er al zulke meesterlijke verhalen bestaan? Verhalen waar ik in mijn gevoel nooit aan zou kunnen tippen. Het is een gekke paradox: de bewondering voor haar universum maakt mijn eigen wereld ineens heel klein en onzeker.

9 oktober, vrijdag

Nog iets wat momenteel behoorlijk demotiverend werkt: mijn meniscus. Het is zo’n frustrerende jojo. Het ene moment voel ik mij zo goed alsof ik de marathon  kan lopen. Vol goede moed probeer ik dan iets nieuws uit om te kijken of het weer lukt, om vervolgens genadeloos te worden afgestraft met twee dagen bankarrest door pijnlijke knieën.

Alsof één krakkemikkig gewricht nog niet genoeg is, besluit mijn andere knie ineens ook gezellig mee te doen met een branderige overgevoeligheid. Solidariteit onder de gewrichten, zal ik maar zeggen. Het doet me vermoeden dat het niet alleen die meniscus is die de dienst uitmaakt, maar dat ook de artrose een feestje probeert te vieren. Die toevalligerwijs, dankzij de meniscus, pasgeleden is vastgesteld.

Gisteravond zat ik daardoor echt even in een dip. Het revalideren gaat zo tergend langzaam dat de twijfel toeslaat: ga ik hier überhaupt ooit nog krukken-vrij van herstellen? Natuurlijk probeer ik zo’n gedachte daarna wel weer te relativeren. In het begin kon ik immers helemaal niks; toen was een afwasje doen al een Olympische sport. Nu draai ik mijn hand niet meer om voor een culinair hoogstandje én de afwas. Dus vooruit, er is winst.

Maar toch… ik kan je vertellen, dat als je gewend bent dat je normaal gesproken – met een griepje –  binnen twee weken weer fluitend op de been bent en ik ga nu richting de drie maanden met deze slakkengang? Dat vraagt wel heel erg veel van mijn positieve instelling. Ik ben er inmiddels wel achter dat een carrière als zenmonnik er voor mij niet in zit, want geduld is in deze niet mijn sterkste kant. En dat beeld van achter de geraniums zitten? Daar wil ik echt nog lang niet aan denken — al is het maar omdat die planten waarschijnlijk giftig zijn voor de poezen. Of dat wel, of niet zo is ga ik nu niet onderzoeken, want ik weiger ze voor nu.

10 oktober, zaterdag

Je zou denken dat zo’n meniscusblessure in elk geval één voordeel heeft: lekker veel rustig bankhangen met de poezen. En eerlijk is eerlijk, ze genieten er intens van dat ik de hele dag thuis ben. Alleen zijn ze nét iets te enthousiast. Ze hebben inmiddels mijn revalidatieplek omgedoopt tot de ultieme hindernisbaan voor een kattentopsportevenement. Ze zijn namelijk begonnen met het uitzetten van een raceparcours. Achter elkaar scheuren ze over de bank heen — iets wat ze werkelijk nooit deden. Ja, ik hoor het je al denken. Dat zegt iedere diereneigenaar als zijn huisdier zich misdraagt, maar in dit geval is het echt waar.

Uitgerekend vanaf de achterkant van de bank nemen ze een enorme aanloop. Mijn hart schiet al in mijn keel en mijn benen verstijven wanneer ze op de rugleuning springen, exact ter hoogte van mijn knieën. Vervolgens maken ze een flitsende schijnbeweging, racen ze verder over de rugleuning naar de armleuning, om daar met een reuzensprong van de bank af te duiken. En dat is geen eenmalige actie; ze hebben er een heel parcours van gemaakt door het hele huis.

Echt ontspannen zit ik er inmiddels niet meer bij. Iedere keer als ik die harige torpedo’s aan hoor komen stormen, schiet mijn hartslag omhoog. Ik ben als de dood dat ze een keer een inschattingsfout maken en mijn knieën gaan gebruiken als afzetje om van de bank af te springen in plaats van de armleuning. Mijn revalidatie is momenteel dus veranderd in een soort extreme survival en alertheidstraining op de vierkante meter.

12 oktober, maandag

Ik geloof dat ik weer een deurtje heb geopend in dat fascinerende universum van Ocampo. Ik bleef me maar afvragen: waarom laat Ocampo Celestina aan het einde van Glazen Zoldering nou uitgerekend De klokken van Corneville zingen? Dat het zingen zelf staat voor heling, dat voel ik wel. Maar waarom exact dit lied? Het had net zo goed elk ander lied kunnen zijn. Sterker nog, voor een ‘kind’ als Celestina had een algemeen bekend kinderliedje misschien meer voor de hand gelegen – alhoewel haar leeftijd nergens expliciet vermeld staat. Het verhaal kan net zo goed over een volwassen vrouw gaan die haar jeugdtrauma herbeleeft.

Zijn het gouden klokken en luiden die een nieuwe tijd in voor haar geheelde, innerlijke, hemelse ik? Of vertelt dit specifieke lied mij iets via intertekstualiteit?

Ik ben er vandaag eens ingedoken, en de puzzelstukjes vielen direct op hun plek. Het blijkt om een Franse operette te gaan waarin alles draait om een gesloten, schijnbaar behekst kasteel. Iedereen denkt dat het er spookt — totdat de waarheid aan het licht komt, de spoken worden verjaagd en de klokken eindelijk weer luiden. Als dat geen perfecte metafoor is voor een beschadigde ziel die haar trauma overwint, dan weet ik het ook niet meer. Het is alsof Celestina haar eigen, hermetisch gesloten kasteel weer durft te openen. Ze zingt niet zomaar een liedje; ze bezingt het verdrijven van haar eigen spoken.

Ik heb het al eerder gezegd: Ocampo schrijft echt tot in de allerkleinste details zó grondig. Het blijft me verbazen hoe dit verhaal in mij blijft doorleven. Ik ben er inmiddels al weken mee bezig en het blijft zich steeds maar weer opnieuw aan mij openen. Als een bloem in een akker, die met de juiste aandacht wordt verzorgd en zo stap voor stap tot volle bloei komt.

Er zijn nog wat elementen die ik wil gaan onderzoeken en die ongetwijfeld ook vol betekenis zullen zijn. Daarna ga ik het verhaal nogmaals lezen. Zo wil ik sowieso nog kritisch kijken naar het kleurgebruik – of beter gezegd: het bewuste ontbreken daarvan. Het is een intrigerende schrijftechniek waarbij een auteur expres sober blijft met kleur, zodat je als lezer gedwongen wordt om dieper de details in te duiken. Bovendien geeft het zwart/wit een perfecte sfeertekening van een sombere en angstige herinnering weer. Zodra ik aan die tweede leesronde begin, ga ik direct controleren of ik elk subtiel geschetst ‘decor’ wel echt heb gezien. Glazen Zoldering is wat dat betreft net een schilderij: hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer details zich aan je openbaren.

13 oktober, dinsdag

Het is officieel: mijn knie heeft last van een identiteitscrisis. Gisteravond dacht ie dat we in een afwisselende lockdown zaten; de ene keer ging de boel rigoureus op slot, om vervolgens weer uit de slotpositie te gaan, en zo ging het de hele avond door met zijn wisselende emoties. Uit pure voorzorg had ik de krukken maar als trouwe bewakers naast mijn bed geparkeerd, volledig voorbereid op een ochtend waarin ik als een piraat met ijzeren poten door het huis zou moeten strompelen.

Doe ik vanmorgen mijn ogen open, test de boel voorzichtig… zijn we ineens weer zo fit als een kieviet!

Helemaal knettergek word ik er van. Het ene moment is het pure sabotage, het volgende moment zou ik de marathon kunnen lopen. Ik zou willen dat die knie eens een duidelijke memo stuurde. Gewoon een korte update via een Post-it: “Voor morgen heb ik je ingeschreven voor de marathon” of “Morgen staat er een bankhangdag op de planning”. Niets is fijner dan voorbereid zijn op je dag.

Het is trouwens wel typisch dat uitgerekend vandaag de plicht weer roept: de boodschappen. Ontzettend jammer, want nu dat ik weer een kieviet ben had ik dolgraag geprobeerd de asfaltgrens over te gaan, om mijn eerste stappen in het kasteelpark te zetten. Maar goed, ik pas me maar weer aan met de grillen van de dag. Eerst de supermarkt overleven.

Hopelijk houdt de knie zich gedurende de hele supermarkt-route in de ‘kieviet-modus’ en besluit hij pas weer in lockdown te gaan als ik veilig met de benen omhoog op de bank zit. Liever niet natuurlijk, maar als hij ook vandaag nukkig gaat zijn dan liever vanavond.

De knie heeft zich gelukkig niet van zijn nukkigste kant laten zien met het rondje supermarkt.

14 oktober, woensdag

Er moet vijftien augustus een planetaire storing zijn geweest, want sindsdien bevind ik me in een soort bermudadriehoek voor literatuur.

Het begon met een online bezoekje aan de bibliotheek. Sinds die bewuste vijftien augustus staat mijn gereserveerde exemplaar van WordPress voor Dummies op ‘onderweg’. Ik vermoed inmiddels dat ze ergens op een zolderkamertje het papier voor dit specifieke boek nog met de hand aan het scheppen zijn uit biologisch geteelde hennep. Anders kan ik deze absolute ‘topsnelheid’ simpelweg niet verklaren.

Ondertussen ben ik de dummy-status allang ontgroeid: de website is al helemaal af en live.

Mijn euro aan reserveringskosten kan ik uiteraard op mijn buik schrijven; annuleren is geen optie in deze hypermoderne bibliotheekbureaucratie. Ik wacht dan maar af tot het moment dat ik bericht krijg dat ik het boek kan ophalen. Dan kan ik het tenminste direct, ongelezen, weer terugsturen naar de prehistorische uithoek waar het vandaan is gekropen.

Op diezelfde rampspoedige dag spotte ik op Boekwinkeltjes.nl bij een particuliere verkoper: De ziel van den poëet vertoont zich in zijn dichten – Lyriek van vier Amsterdamse dichters uit de 17e eeuw. En niet zomaar een exemplaar, maar de hardcover versie, gebonden in bruin kunstleder met goudopdruk. Ik koos voor de duurdere verzendoptie om er zeker van te zijn dat het goed aan zou komen. Kosten: € 12,45.

Drie keer raden? Juist. Nooit aangekomen.

Na twee weken geduldig wachten stuurde ik de verkoper maar eens een berichtje, want zelfs Poseidon had het boek allang uitgelezen kunnen hebben. Wat bleek? “Familieomstandigheden”. Het was er niet van gekomen, maar vandaag ging het boek écht op de post, beloofd! Nou, die ziel van die poëet heeft zich sindsdien vooral onzichtbaar gehouden. Na nóg een paar weken poststilte heb ik twee keer een officiële klacht ingediend bij Boekwinkeltjes.nl. De reactie van de klantenservice? Die is waarschijnlijk samen met mijn boek in een postzak naar Atlantis verdwenen, want ik heb nooit meer iets gehoord.

Dus, stand van zaken: mijn WordPress-skills zijn next level, mijn portemonnee is € 13,45 lichter, en mijn boekenkast een illusie rijker.

15 oktober, donderdag

Afgelopen week had ik het moeilijk met de existentiële spagaat van de afgelopen drie maanden, waarin het willen en kunnen niet synchroon lopen. Het is ook werkelijk bloedirritant. Zelfs voor klusjes waar ik normaal gesproken mijn hand niet voor omdraai, moet ik tegenwoordig om hulp vragen. Gisteravond ontstond er kortsluiting en kwam al die opgebouwde frustratie eruit met een schreeuw en tranen.

Nu het buiten vroeger donker wordt, en mijn knieën zowaar een goede dag hadden, werd ik overmoedig. Gewapend met een dosis pure opstandigheid dacht ik: ik ga zélf die lampen op de vensterbank fixen. Hoe moeilijk kan het zijn?

Nou, behoorlijk moeilijk dus, als het universum besluit actief tegen te werken. Obstakel één: het bleek dat de opbergkist als een prooi bovenop het verlengsnoer was gedoken. Mijn poging om het verlengsnoer te redden uit zijn benarde positie door de kist in mijn eentje te verschuiven strandde direct. Conclusie: toch weer hulp vragen. Toen bleek dat de kist niet de boosdoener was, maar het verlengsnoer dat zich op de een of andere manier innig en vakkundig om de poot van de bank had gestrengeld. Conclusie: ook bij obstakel twee moest ik weer hulp vragen, want diep bukken of op de knieën zitten zit er nog niet in.

Toen die horde eenmaal genomen was, begon de echte gymnastiek. Zie in het halfduister die stekker maar eens in het stopcontact te mikken, terwijl diep door je benen zakken momenteel even elegant verloopt als bij een pasgeboren giraffetje dat voorzichtig zijn eerste stappen zet.

Daar stond ik dan. Minutenlang te balanceren in een pose die niet alleen fysiek onmogelijk was, maar ook precies liet zien waarin ik al maanden vastzit: een totale existentiële spagaat. Met mijn hoofd wilde ik alweer mijlenver vooruit, maar mijn knie hield me meedogenloos op de grond. Het was een spagaat tussen de zelfstandige persoon die ik zó graag wil zijn, en de afhankelijke realiteit waar ik nu in leef. Een spagaat die zóveel mentale lenigheid van me vraagt, dat toen de stekker voor de zoveelste keer weigerde mee te werken, deze in een allesbevrijdende schreeuw ontplofte, die ik de hele week zorgvuldig had opgespaard. De in één klap gelanceerde opgekropte emoties werden beantwoord met een opgetrokken wenkbrauw: ‘Je had het toch ook gewoon kunnen vragen?’

En dat is nou precies de grap! Ik wíl niet meer vragen. Ik ben al drie maanden lang een fulltime, onvrijwillige professioneel hulpvrager voor de allerkleinste dingetjes. Ik ben helemaal klaar met het jojo-effect en de emotionele manipulatie van mijn eigen lichaam. Ik ben klaar met de krukken, klaar met dit slakkentempo van een herstel, en klaar met de existentiële crisis waarin ik beland ben. Het feit dat ik geen fatsoenlijke kerstplannen kan maken omdat ik werkelijk geen idee heb of mijn knie tegen die tijd besluit mee te werken of te staken, is doodvermoeiend.

Al die diepe, opgekropte frustratie kwam er dus uit door een totale futiliteit met een stopcontact. En eerlijk? Het lucht enorm op. Tijdens die schreeuw was ik de perfecte, angstaanjagende dubbelganger van het schilderij van Munch. Maar wat was het nodig.

16 oktober, vrijdag

De storm is gaan liggen. De emotionele ontploffing van gisteren bleek de ultieme system reset: mijn geest is kalm en mijn knie lijkt spontaan kilo’s aan frustratie-ballast te zijn kwijtgeraakt. Het is werkelijk een eeuwigheid geleden dat dat gewricht zich zo koest hield. Gisteravond zat ik er nog helemaal doorheen, maar vandaag transformeer ik langzaamaan richting de serene rust van de Mona Lisa.

Maar je raadt het al: de wet van Murphy regeert. Uitgerekend vandaag staat er weer een retourtje fysiotherapie op het programma. Net nu de boel eindelijk functioneert alsof het bij mijn lichaam hoort. Ik hoop vurig dat een weekend verplicht bankarrest me bespaard blijft, maar ik heb er een zwaar hoofd in.

En natuurlijk regende het op het moment dat ik vanaf de fysio weer naar huis moest lopen. Oké, ik kan dan wel weer een nieuwe, onvrijwillige mijlpaal van mijn bucketlist afvinken: krukken-survivallen in de stromende regen. Want wat blijkt? De handvatten worden spekglad door het water, waardoor alle grip verdwijnt en je amper nog steun hebt aan je krukken. Ik moet daar echt iets voor verzinnen.

Het moest er een keer van komen. Al drie maanden lang was het me gelukt om precies buiten de buien om te wandelen. Nu moest ik wel, om überhaupt thuis te komen. Murphy weet wel wanneer hij het krachtigst kan toeslaan.

Normaal gesproken trek ik bij de eerste druppels een sprintje. Maar ja, met mijn huidige carrosserie kon ik weinig anders dan de bui gelaten over me heen laten komen. En verrassend genoeg deed dat iets met me. Terwijl de rest van de wereld zich als opgejaagd wild door de hoosbui haastte—volledig gestrest door nattigheid of overvolle agenda’s—schreed ik daar voort. Standvastig, statig en in slow motion.

Het had bijna iets spiritueels. Het ritmische getik van de regen op de bladeren en het asfalt, soms afgewisseld met wat meer geraas, alsof ook de lucht zijn emoties even kwijt moest, werd mijn mantra. Elke meter die ik aflegde voelde als een overwinning op de frustratie van gisteren. Ergens uit de diepte van mijn ziel rees een glimp op van de zenmonnik waarvan ik van de week nog dacht dat ik die niet bezat.

Gelukkig had ik de bui al zien hangen voordat ik van huis ging en droeg ik een regenjas. Bovendien had de wet van Murphy blijkbaar geen autoriteit over de wind: de regen viel loodrecht naar beneden waardoor ik, ondanks mijn slakkengang, amper nat werd, omdat mijn regenjas het meeste opving.

Zoals zo vaak gebeurt tijdens momenten van rust, dook er plotseling een lumineus idee op. Een parapluutje met een elastiekband voor op je hoofd—zo’n ding dat ik ooit eens bij iemand had gezien in de felle kleuren geel, rood en blauw. Dat zou voor nu best een uitkomst zijn. Tot ik mezelf denkbeeldig zag gaan. Tel bij dat parapluutje mijn verplichte, orthopedisch verantwoorde hardloopsneakers op (fantastisch voor de demping, een regelrechte misdaad tegen de mode), een grote rugzak én, om strategische redenen, een enorme hangtas op mijn buik voor snelle toegang tot mijn sleutels, telefoon en portemonnee.

De totale look had weinig meer te maken met een zenmonnik. Het leek eerder op een wanhopig persoon die contact probeert te maken met buitenaards leven omdat hij de regen zat is. Ik activeerde direct een keiharde mentale blokkade.

Geen buitenaards contact voor mij vandaag, maar wel een herwonnen stukje innerlijke vrede. Murphy heeft geprobeerd me te testen met gladde krukken en een hoosbui, maar ik heb standgehouden. In slow motion, dat wel. Maar elke stap was er één. Met die winst op zak sluit ik de dag af. Hopend op een lichaam dat morgen net zo pijnvrij wakker wordt als mijn geest nu is.

17 oktober, zaterdag

Ik werd pijnvrij wakker! Zou de ellende dan eindelijk achter de rug zijn?

Ik mag het vurig hopen, want de vroege ochtend-euforie werd al snel vakkundig de nek omgedraaid door een onverwachte bankafschrijving van 53,69 euro. De rekening van de fysiotherapie, dacht ik in eerste instantie. En laat dat nou net een bedrag zijn dat ik momenteel kan missen als kiespijn. Of nou ja, als een gescheurde meniscus.

De omschakeling naar een gezonder eetpatroon was met de huidige boodschappenprijzen al een aanslag op mijn budget—vooral die gezonde noten zijn peperduur. Tel daar de kosten bij op van drie maanden aan medicijnen die ik volledig uit eigen zak moest betalen, en de wetenschap dat er nóg vier fysiobehandelingen op de loer liggen… En dat terwijl de dure maanden alweer rap naderen.

Ik vraag me oprecht af hoeveel mensen er tegenwoordig voor kiezen om de fysio dan maar helemaal over te slaan, gescheurde meniscus of niet. Met de huidige koopkracht zullen er vast velen met mij zijn voor wie dit soort bedragen eigenlijk niet makkelijk op te brengen zijn.

In al mijn naïviteit dacht ik dat fysiotherapie gewoon vergoed werd, omdat dit al is zolang ik mij kan herinneren. De eerste twaalf behandelingen kreeg je destijds vergoed; had je er meer nodig, dan betaalde je zelf. Wel zo eerlijk. Dan heb je tenminste zélf de keuze of je portemonnee het aankan om door te gaan.

Ik snap nu trouwens ook niks van de opmerking van mijn fysio. Toen zij bij het begin van de aanmeldprocedure vroeg welk verzekeringspakket ik had, en ik antwoordde met het uitgebreide pakket, zei ze vrolijk: “Mooi, dan hebben we twaalf behandelingen!” Dat ga ik de volgende keer toch eens even navragen.

Aangezien ik geen twee weken kan wachten op een antwoord, ben ik er toch nog eens goed ingedoken. Wat blijkt? De wet van Murphy had weer eens toegeslagen: de afschrijving was helemaal niet van de fysio, maar de rekening van de röntgenfoto in het ziekenhuis! Die valt natuurlijk pardoes in het zwarte gat dat ‘eigen risico’ heet.

Het maakt de frustratie er niet minder om. Betaal ik al bijna 200 euro per maand aan de zorgverzekering, mag ik alsnog diep in de buidel tasten voor het fotograferen van mijn eigen lijf, en ik heb er geen eens een foto als aandenken van gekregen.

Blijkbaar wordt een functionerend menselijk lichaam door de verzekeraar niet gezien als de basis, maar als een gelimiteerd meesterwerk. Een luxe boek in een gelimiteerde oplage, exclusief gebonden in rood fluweel, afgewerkt met lederen details en bedrukt met handgeperste gouden letters. Prachtig om te bezitten, maar helaas valt dat soort exclusiviteit buiten het standaardpakket.

Heel even overwoog ik of ik toch voor buitenaards contact zou gaan. Misschien hebben ze daarboven een betere basisverzekering zonder eigen risico, of beter nog, hoort een gezond lichaam volgens de wet standaard bij het leven.

19 oktober, maandag

Eindelijk is het gelukt! De close reading van het spel in Glazen Zoldering is afgerond. Wat was dit een waanzinnige uitdaging! En ja, dit mag je op twee manieren interpreteren. Dit is zonder twijfel het belangrijkste gedeelte van het verhaal, het exacte punt waar het kantelt.

Alles komt hier op meesterlijke wijze samen; details vallen op hun plek en eerdere gebeurtenissen krijgen plotseling een diepere betekenis. Het analyseren van dit spel dwong me dan ook om terug te bladeren en mijn eerdere close readings aan te vullen. Bovendien bracht het me meteen op gloednieuwe ideeën voor close readings die nog moeten komen! Het heeft weken aan puzzelwerk gekost om deze literaire puzzel volledig te ontrafelen, maar het is gelukt – en wat geeft het een kick dat het nu helemaal klopt!

Ik heb nog meer goed nieuws: ik mag dit jaar weer meedoen als voorselecteur van de Harland Prijs! Het is altijd ontzettend leuk om korte verhalen van (aanstormend) speculatief talent te lezen en te jureren met een klein rapport. Het is dan ook een perfecte timing dat de analyse van het spel net af is. Ik laat Glazen Zoldering voorlopig even rusten, zodat ik me straks volledig kan focussen op het jureren van de inzendingen zodra ze in mijn inbox op de spreekwoordelijke mat vallen.

20 oktober, dinsdag

Vandaag maakte ik zo iets grappigs mee. Eindelijk ben ik begonnen in C. Buddingh’s Wat je zegt ben je zelf. Het boekje dat ik laatst met een flinke dosis puur geluk nog op het Curver-tafeltje had weten te bemachtigen. Dat het echte leven soms zomaar verandert in een absurdistisch literair schouwspel kon ik toen nog niet vermoeden.

Terwijl ik net lekker zit te lezen, komt Sophie op bezoek. Ze ziet dat ik het boek even wegleg om haar te begroeten en vraagt nieuwsgierig: ‘Wat ben je aan het lezen?’

Ik antwoord naar waarheid met de titel van het boek.

Het blijft een seconde doodstil in de kamer.

Dan klinkt er ineens vanuit een kamer verderop een stem, vol oprechte en diepe verbazing: ‘Maar wat zei Sophie dan?!’

Ik weet zeker dat Buddingh’ er zelf ook vreselijk hard om had moeten lachen.

21 oktober, woensdag

De ochtendzon filtert door het rolgordijn en werpt een zacht, warm licht de kamer in. Boven dansen schaduwen van bladeren een stille, wiegende dans met de wind – de enige beweging die verraadt dat dit schilderij leeft. Maar het hart van dit kunstwerk klopt tweevoudig onderaan: de silhouetten van twee katten, getekend in het warme licht. Bijna wang aan wang, perfect synchroon gevangen in een moment van stille verstandhouding tussen twee broers. Het is alsof de tijd even de adem inhoudt om deze vroege sereniteit niet te verstoren. Een moment van pure stilte om de dag mee te beginnen.

Over de schrijver van deze akker

Ik ben Cindy de Rijk — een zoeker in het veld van verhalen. Op Ceres’ Literaire Akker volg ik de sporen die teksten achterlaten: wortels, echo’s, verborgen betekenissen die rijpen in stilte en zich alleen laten oogsten door aandacht.

Home